Van vastenavond tot carnaval

Gedurende een periode van het jaar werd het dagelijks bewind van dorpen en steden vaarwel gezegd. Een tijdelijk bewind neemt in die periode de overhand en streeft zoveel mogelijk ongebruikelijke zaken na. In feite wordt precies het omgekeerde bevorderd van wat men in het normale bestaan van de gebruikelijk bewindvoerders verwacht. Er wordt aangespoord tot losbandigheid, in de letterlijke zin, wijsheid en weldenkendheid moeten het veld ruimen, en er wordt gewezen op een nieuw en absoluut levensdoel: De Zotheid.

Op Aswoensdag komt de inkeer, waarna weer een jaar de normale orde gehandhaafd blijft. Maar op elf november, Sint-Maarten, begint het opnieuw te broeden. Een paar maanden later barst als vanouds de bom. Men spreekt van het carnaval of in sommige streken van vastenavond.

Op de foto: Burgemeester Becht was een gewillig 'object' van spot. Hier in de optocht van 1972.


De huidige carnavalsvieringen zijn zeker geen hernieuwde oplevingen en voortzettingen van eeuwenoude tradities, het carnaval van nu is betrekkelijk jong en gaat in de regel niet meer dan enkele tientallen jaren terug. Voor die tijd bestonden er al vele vormen van de vastenavondvieringen. Vanaf de negentiende eeuw treffen we in enkele centra in het Zuiden zelfs vieringen met een zekere graad van organisatie. Ze verkeerden toen echter in voortdurende strijd met de plaatselijke autoriteiten (de geestelijken voorop) over de toestemming tot vieringen in het openbaar.

Op deze foto de gehuurde prinsewagen uit 1966.

In het verleden ontstak de openlijke rebellie van jongeren, die de tijdelijke omgekeerde wereld benutten voor het modelleren van een nieuwe orde met een langere adem. Het van oorsprong boerenvermaak springt later over op de elite. Er worden spotheerschappijen ingesteld met een complete hiërarchie, er wordt (quasi) recht gesproken, men vermomt zich, er is een stoet, men zingt liederen, zuipt en vreet uitbundig. Dit kon voorkomen tussen Sint-Maarten (11 november) en Pasen en speciaal op dagen als Sint-Nicolaas, Onnozelekinderen (28 december), Driekoningen (6 januari), Maria Lichtmis (2 februari), Schrikkeldag (29 februari), Halfvasten, 1 april en zelfs de dagen na Pasen. Het betrof de periode die vooraf gaat aan de Vasten. De kerkelijke Vasten als periode van inkeer en boete liet zich goed voegen na het feestdronken kabaal, dat de aarde tot nieuw leven wou wekken. Tevens is het de periode van de overgang van de winter naar de zomer.

De eerste functie van de vastenavondviering was het uitrazen, om de bestaande orde daarna des te beter weer te kunnen aanvaarden. In de loop der tijd (eeuwen) hebben de vieringen telkens een andere gedaante gehad maar alle uitingen, sterk of minder sterk, intensief of minder intensief, hadden de elementen van spot in zich. De tweede functie van de vastenavondviering was de bezwering van angsten.

Op de foto uit 1963 de eerste illegale intocht van Prins Louis (Goewie) en Gevolg van cv. De Biewrpompen.


Het moderne carnaval, zoals wij dat nu kennen, gaat pas goed van start rond de dertiger jaren van de vorige eeuw. Uitgerekend in de crisisjaren steken de feesten wederom de kop op voor het compenseren van de druk en benauwenissen van het dagelijks leven, hiervoor bood het carnaval immers uitstekende mogelijkheden. Na een periode van hevig verzet van de kerkelijke leiding gaan de plaatselijke notabelen aarzelend meedoen, inclusief de burgemeester en de pastoor. Het is niet toevallig, dat de feesten uitgerekend in de crisisjaren weer een kans kregen en succes hadden. Tot op de dag van vandaag zijn de oude ‘tradities’ weer in ere hersteld. De bestaande orde wordt draaglijker en vaster gemaakt door haar even te vergeten, te bespotten, om vervolgens te constateren dat zij toch heel onmisbaar is.