De Tilburgse Taol

Van Krèùkezèèker via Kröökezèèker naar Kruikenzeiker

Wij hebben in onze archieven niet kunnen achterhalen wanneer de Tilburgse carnavalsvierder zich voor het eerst ‘Kruik’ of ‘Kruikin’ ging noemen. Wel komen we in verschillende stukken tegen dat het vooral de ‘import Tilburgers’ (afkomstig uit andere steden in Brabant, maar ook Limburg waar al veel eerder een carnavalstraditie was) geweest zijn die van invloed waren op de ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog. We komen de namen tegen van het Bossche kasteleinsechtpaar van Mulbregt Voets van café de Fijnproever, de bakermat van het openbare carnaval in onze stad. Maar ook van Louis van der Heijden uit Den Bosch, oprichter van ‘de Grasmaaiers’, wat misschien wel de eerste boerenkapel van Kruikenstad was. Of was dat de Kansassers?

Tilburg wordt steeds meer Kruikenstad genoemd en langzaamaan noemt men zich op besloten carnavalsfeesten ‘Kruiken’. Begin jaren vijftig is deze naam ingeburgerd.

Vastleggen Tilburgse taal

Sinds jaar en dag worstelt de Tilburger met de schrijfwijze van een groot aantal termen uit de carnavalswereld. Oorspronkelijk schreef men op wat men hoorde, fonologisch dus. Niemand maakte zich echt druk over de schrijfwijze. Wel ziet men in dat het Tilburgse dialect in hoog tempo aan het verdwijnen was. Dat had waarschijnlijk te maken met de enorme groei van de stad en dus de import van niet-Tilburgers en allochtonen. Het was ook in zekere zin ‘not done’ om het Tilburgse dialect te spreken. Dat getuigde namelijk niet van een erg grote beschaving. Later groeide bij een klein gezelschap toch de behoefte om de resten van de Tilburgse taal vast te leggen.

Uitgaven in de Tilburgse taal en de oprichting van de ‘Akkedemie’

In 1985 verscheen bij drukkerij Smits een boekje met Tilburgse woorden: “Tilburgs Dialect”. In de redactie zaten onder andere Henk van Rijen en Wil Sterenborg. De inhoud was gebaseerd op snuffelmateriaal uit het Tilburgse gemeentearchief en persoonlijke contacten met oude echte Tilburgers.

In 1993 verscheen bij Livius Tilburg ‘Mèn Tilbörgs Wóórdeboek’ van Henk van Rijen, een van de leden van de werkgroep die ook ‘Tilburgs Dialect’ samenstelde.

Frans Verbunt, de legendarische Tilburgse Tonpraoter, wijnkenner, journalist en uitbater was een van de eersten die vond dat het tonpraoten in Tilburg geënthousiasmeerd moest worden. Hij nam zelf het initiatief om een boekje te schrijven met echte Tilburgse woorden erin: ‘Tilburgs vur tonpraoters eerste druk ‘Halven bak’’, dat uitkwam op 2 april 1993. In datzelfde jaar nam Frans Verbunt het initiatief voor een ‘Akkedemie vur Tonpraoters’, omdat naar zijn menig het ‘leuteren’ in Tilburg een kwaliteitsinjectie nodig had. Tegelijkertijd presenteerde hij de eerste druk van ‘Tilburgs vur Tonpraoters en aandere Saawelèèrs’. Dit simpele woordenboekje groeide in de jaren daarop met elke volgende druk (‘perbeersels’) en werd de basis voor ‘Goedgetòld, diksjenèèr’ van de ‘Stichting Tilbörgse taol’ (2004).

De afspraken over de schrijfwijze zijn gebaseerd op een gereglementeerd systeem. Uitgever is de Stichting Tilburgse Taol, waarvan Verbunt bestuurslid was en die sinds 1994 een Tilburgs ‘dikteej’ organiseert. Diezelfde Stichting zorgde samen met Carnavalsvereniging ‘De Fènpruuvers’ in november 2002 voor een herstart van de ‘Akkedemie vur tonpraoters’. Enige dagen voor de start van de Akkedemie overlijdt Verbunt op 69-jarige leeftijd. In 2007 zijn zowel de basis als de doelgroep van de tonpraotersopleiding verbreed. Ook de Carnavalsstichting Tilburg neemt dan deel in de nieuwe stichting ‘Tonpraot Akkedemie Brabant’. Er zijn op dat moment 4 docenten en 21 cursisten uit alle hoeken van de provincie.

Hoe moet het nou?

De schrijfwijze van het Tilburgse dialect verschilt enorm. De dialectschrijver wil zich graag bedienen van een gereglementeerd systeem. Het ABN biedt te weinig houvast. Veel klanken uit het dialect komen in het ABN niet voor. Hoewel ‘de Stichting Tilburgse Taol’ in het ‘Diksjenèèr’ beweert dat het uitgangspunt voor dialectspelling de herkenbaarheid moet zijn voor de Nederlandse lezer, zijn er voorbeelden te over dat dit niet het geval is. We beperken ons tot een significant voorbeeld. Sinds jaar en dag gebruikt de Tilburgse dialectspreker het woord ‘Kruikenzeiker’. De Carnavalsstichting Tilburg gebruikt deze schrijfwijze van meet af aan. In het ‘Tilburgs vur tonpraoters’ van Frans Verbunt komen we Kruikezèèker tegen. In het ‘Diksjenèèr ontdekken we het woord ‘Krèùkezèèker en in ‘Mèn Tilbörgs Wóórdeboek’ van Henk van Rijen lezen we over ‘Kröökezèèker’. Duidelijk mag zijn dat de wegen van Wil Sterenborg als medesamensteller van het ‘Diksjenèèr’ en die van Henk van Rijen zich op dit punt scheidden. Henk van Doremalen en Paul Spapens (deze laatste maakt ook deel uit van de samenstellers van de ‘Diksjenèèr’) spreken in hun boekje ‘Kruikezeikers’ uit februari 2004 over ‘kruikezeikers’ zonder ‘n’ dus. Dit op advies van Wil Sterenborg.

Laten we duidelijk zijn: Het Tilburgse dialect mag nooit verloren gaan en het is bewonderenswaardig hoe de ‘Stichting Tilburgse Taol’ (of was het nou ‘Stichting Tilbörgse Taol’?) dit probeert uit te dragen. Bezoek voor meer informatie ook eens de website www.tilburgsetaol.nl

Doen we het nou zo met carnaval?

In de zomer van 2002 plaatst Ruud Damen, initiatiefnemer van de eerste website van de Carnavalsstichting Tilburg, zijn lijst met woorden die gelieerd zijn aan het openbare Tilburgse carnavalsleven in zijn ‘Kruikenstads Woordebuukske’. Damen baseert zich op de historisch geschreven woorden en hanteert vooral het principe van de herkenbaarheid voor de Tilburgse lezer. In het kader van de festiviteiten van het grote lustrumfeest 4 x 11 (Dè gòmme 44) brengt de Carnavalsstichting Tilburg samen met de Stichting Tilburgse Taol ‘Et buukske’ uit. Geschreven door Ruud Damen (Carnavalsstichting Tilburg) en Gerard Steijns (Stichting Tilburgse Taol).

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van:
Goedgetòld, diksjenèèr van de Tilbörgse taol, Paul Spapens, Gerard Steijns, Wil Sterenborg, Frans Verbunt
Vrouwke, ’t is vastenaovond, Paul Spapens
Kruikezeikers, Henk van Doremalen, Paul Spapens
Mèn Tilbörgs Wóórdeboek, Henk van Rijen
Tilburgs Dialect, Els Klaassen, Jan Smits, Henk van Rijen, Frans van Iersen, Wil Sterenborg
Tilburgs vur Tonpraoters, ‘halven bak’, Frans Verbunt
Ut Buukske, Ruud Damen, Gerard Steijns.