Kruikenzeiker

De Tilburger wordt tegenwoordig wel een ‘Kruik’ of ‘Kruikin’ genoemd en Tilburg zelf heet ‘Kruikenstad’. De volledige bijnaam voor een inwoner van Tilburg is echter een ‘Kruikenzeiker’. De naam stamt uit de tijd dat Tilburg een echte Textielstad was en vele textielfabrieken had.

Herkomst

Het gebruik van de naam Kruikenzeiker komt voort uit het gebruik van urine bij enkele bewerkingen van de wol. Vroeger werd urine gebruikt bij het vollen, het wassen en het verven. Dat gebeurde niet alleen in Tilburg, maar overal waar lakens of wollen stoffen werden gefabriceerd. Bij het vollen werd ‘bedorven urine’ als reinigings- en glijmiddel gebruikt, bij het wassen was de urine eveneens een reinigingsmiddel, en bij het verven van wol bevorderde de urine het gelijkmatig verdelen van de verf. Arbeiders die hun urine kwamen inleveren kregen daarvoor betaald. De urine werd in kruiken meegenomen naar de fabriek. Zo ontstond de naam Kruikenzeiker. Met de komst van chemicaliën bleek de urine niet meer nodig te zijn en verdween de kruik langzaam uit het straatbeeld. Maar de naam die bleef.

Straatbeeld

In het dagelijkse straatbeeld van Tilburg is de Kruikenzeiker nog altijd te vinden. In 1986 bood de Carnavalsstichting Tilburg een bronzen Kruikenzeikerbeeldje van 70 centimeter aan de stad aan. Het beeldje is in 1965 geportretteerd naar een arbeider van de schoenfabriek (!) Nard de Beer. Het is permanent geplaatst bij de overgang van Heuvelstraat naar Nieuwlandstraat, het zogenaamde Radiopleintje.

Carnaval

Tijdens de carnavalsdagen staat op de Heuvel -het hart van Kruikenstad- het beeld van de Kruikenzeiker. Dit is hét symbool geworden van het openbaar carnaval in Tilburg. De onthulling van de Kruikenzeiker op zaterdagmiddag door de Prins is het officiële startsein voor carnaval. Het beeld van de Kruikenzeiker is het middelpunt bij veel activiteiten tijdens de carnavalsdagen. Op dinsdagavond wordt om 23.55 uur de Kruikenzeiker door de Prins weer van zijn sokkel gehaald om daarmee het einde van het carnaval van dat jaar aan te geven. Dit is een droef-vrolijk slotevenement, waarbij het afscheidslied “Sebiet dan is het mèèrge” gespeeld wordt en het nieuwe motto van het volgend carnavalsjaar bekend gemaakt wordt.

Geschiedenis

Bijzondere wetenswaardigheid is dat de eerste echte carnavalsjaren niet de Kruikenzeiker, maar de Kruik zelf het symbool van Kruikenstad was. In plaats van de kruikenzeiker stond er in 1966 op het Willemsplein en 1967 op de Heuvel een levensgrote kruik. Toen deze in dat laatste jaar vernield werd, ontstond het idee van het huidige beeld, dat in 1968 voor het eerst werd geplaatst.

6667b