In de groen-oranje spotlight: Jos Muller

Gepubliceerd op Sunday 14 February 2021 14 February 2021

Om het groen-oranje vlammetje levend te houden, interviewen we tot en met en tijdens carnaval een aantal Kruiken en Kruikinnen die net als jij carnaval enorm missen. We spreken met deze Kruiken en Kruikinnen veilig via de webcam.

Vandaag Jos Muller (56). Voor en tijdens carnaval is hij secretaris van de optochtcommissie. In het dagelijks leven is Jos trainer / ondernemer. In deze moeilijke tijden, draagt hij zijn steentje bij als locatiemanager van één van de corona teststraten in Rotterdam. We praten met hem over zijn passie voor carnaval.

Wat vind jij zo mooi aan carnaval?
“Dat is niet te beschrijven. Ik ben een échte carnavalsvierder uit Rotterdam, al woon ik al jaren in Kruikenstad. Mijn moeder is uit Indonesië in Roosendaal gaan wonen. Mijn moeder trouwde en ging in Rotterdam wonen, maar in de voorjaarsvakantie ging ik naar alle broers en zussen van mijn moeder die wél in Brabant zijn blijven wonen. Ik heb toen altijd carnaval gevierd en die passie is gebleven, ook al heb ik tot ik volwassen was in Rotterdam gewoond. Het leuke is dat ik nu ook nog boven de rivieren werk. Telkens als carnaval ter sprake komt bij klanten of studenten, reageert iedereen heel verbaasd. Dan zeg ik: inderdaad! Deze Rotterdammer viert carnaval. Wat ik er zo mooi aan vind? Het koppie leeg. Lekker ontspannen feesten. Beetje klieren met iedereen. In het begin met een vaste groep. Later heb ik door mijn werk binnen de Carnavalsstichting zó veel mensen leren kennen dat ik ook prima alleen op pad kan.”

Maar dat kan normaal toch ook?
“Het verschil is wel dat dit voor iedereen is. Normaal ga je naar een feestje en dan heb je de genodigden, of de mensen die daar zijn om je heen. Als je dan naar buiten gaat, ben je weer in de ‘normale’ wereld. Dan kijken ze je gek aan als je wat tipsy naar je fiets waggelt. Tijdens carnaval hoort iedereen tot de genodigden. Boven de rivieren snappen ze er echt niks van. Ze denken: bier, vreemdgaan en lekker lallen. Dat kán er onderdeel van uit maken, maar het is het gevoel! En dat gevoel is niet te beschrijven of uit te leggen. Geloof me: ik heb het vaak geprobeerd.”

Hoe vier jij normaal carnaval?
“Ik ben lid van CV Pieterbuuren. Gewoon een vriendengroepje dat samen carnaval vierde. Eén van de vrienden had een witte bontjas aan. Daar hebben we toen een avond grappen over staan maken. Hoe veel zeehondjes zijn er voor die jas wel niet gestorven? Aan het einde van de avond besloten we dat áls we  ooit een vereniging op zouden richten, dat dit onze outfit zou worden en dat we CV Pieterbuuren zouden gaan heten. Zo geschiedde. We hebben overigens weinig gezamenlijke verplichtingen hoor. Als we bij elkaar komen is het gezellig. Ik heb natuurlijk ook niet altijd tijd om met een vaste club op pad te gaan. Ik heb namelijk mijn verplichtingen voor de optochtcommissie, en die beginnen al in juni. Vanaf dat moment ben je bezig met de organisatie van d’n Opstoet en dat werkt zo langzaam toe naar het hoogtepunt.

Mijn carnaval begint bij het eerste Kruikenconcert. Dat hoort er echt bij! Dat is wel raar, want op donderdag moet ik meestal nog werken. Op vrijdag  beginnen we dan met de uitreiking van het draaiboek voor d’n Inhaol en d’n Opstoet, de twee evenementen die de optochtcommissie organiseert. Daarna ga ik de afgelopen jaren zingen op het feestje van Kaaw buffet. Heerlijk om zo carnaval te beginnen, met zo’n zaal die lekker meelalt. Dan de volgende dag vroeg op, want alles moet gereed gemaakt worden voor d’n Inhaol om 14:11 uur. Nadat we de Prins en het gevolg hebben ontvangen op het station, begeleiden we alle Kruiken en Kruikinnen naar d’n Heuvel. Even oefenen voor de dag erna, want eigenlijk is dat ook een soort Opstoet. Of ik daarna nog op stap ga, laat ik afhangen van de zwaarte van vrijdag of zaterdag  of ik zelf nog ga.”

Want dan begint het echte werk, toch?
Zondag is dé dag! Om 11 over 7 zingen we met de commissie bij de Kruikenzeiker met een Schrobbelèrtje in de hand het volkslied. Vanaf dat moment staat alles in het teken van d’n Opstoet. Die dag vliegt voorbij in een soort waas. Echt een kick om dat te organiseren! Ik ben op het einde van de dag als secretaris verantwoordelijk voor het juryresultaat. Steeds weer spannend want alles moet kloppen. Als de Prins er staat wil hij natuurlijk meteen beginnen. Wij zijn dan nog aan het checken om te kijken of het wel echt klopt. Daarna is de vrijwilligersborrel en dan is er totale ontspanning. Je klus voor carnaval zit er op! Dan drink je vier bier in eén minuut en er valt dan ook echt wat van je af!

Zondagavond gaan we Dwèèlen met de commissie. En dan vooral ook naar de residenties van de bouwende verenigingen. Waar je ook komt: het is feest. Dan kunnen we lekker proosten op een geslaagde Opstoet. Op maandag zit ik in de kerk bij de Kruikenviering. Ik bespeel dan bij binnenkomst het orgel. Dat vind ik echt een hele eer dat ik dat mag doen. Ik weet nog dat ik voor de eerste keer naar de (toen nog) Kruikenmis ging. Ik miste de orgel muziek. Er was wel een orgel, maar dat werd niet bespeeld. Toen ben ik proactief naar de commissie gegaan om aan te geven dat ik dat ook kan. Daarna Kaajbaandefist. En dan maandagavond Kruikenstad in Koor! Hoe laat we er ook zijn, we eindigen altijd vooraan. Dat is een fantastisch evenement. Daar moet je bij zijn. Dinsdag gewoon gezellig de Kènderstoet kijken. En dan is het aanmodderen tot aan Et Sebiet. Maar de echte afsluiting van carnaval is voor mij het laatste optreden van de Carnavalsgekken in Van Horen Zeggen. Dat is zo gaaf! Iedereen opgepropt in dat kleine kroegje en dan los gaan.

 Wat ga je het meeste missen aan carnaval?
Tja…. Mijn commissie en d’n Opstoet natuurlijk. Je werkt toch een jaar  naar d’n Opstoet toe. Zit nu drie jaar in de commissie en die Opstoet is echt een climax van al je werk vanaf de zomer tot aan carnaval. D’n Opstoet ga ik echt missen! Ik ga dan ook echt naar ‘t Opstoetje kijken. Daar ben ik erg benieuwd naar. Daar kijk ik naar uit, want zo is er toch nog een Opstoet in Kruikenstad, al is het dan een kleintje.

Dan heb je dubbel pech, want twee jaar achter elkaar geen optocht gehad.
Erg hè? Ja, vorig jaar was alles op het laatste moment afgelast. Toen moesten we iedereen snel bellen. Dan ben je toch bezig. Toen met halfvasten ging het wéér niet door vanwege corona. Het gemis dit jaar is groter dan vorig jaar. We zijn met de commissie twee keer bij elkaar geweest. Toen kwam de begrijpelijke melding dat het niet door ging. We houden het gevoel wel levend in ons appgroepje. Er was gewoon een vergader rooster, waarop ik in de appgroep grapte:  ‘we hebben vanavond draaiboek vergadering. Is dat in kiel?’ Er wordt nog wel gelachen, maar wel met weemoed als een boer met kiespijn. We houden het contact, maar het is nep op de app. Dan komen er weer foto’s voorbij van vorig jaar en dat doet toch wel een beetje  pijn. D’n Opstoet is hét evenement dat is nu twee jaar niet is doorgegaan. Ik vind het zo verschrikkelijk sneu voor die bouwers. Voor hen is het nog veel heftiger. Maar volgend jaar moet het lukken! Dan mogen we weer.

Hoe hou jij het groen-oranje vlammetje brandend?
Tot nu vond ik het heel lastig: ga ik nou mee doen met een pubquiz? Ik volg alles. Ik doe online mijn ding. Ik zit nu trots in mijn outfit voor de camera. Dat voelt ook wel lekker. Dat heb ik met mijn leerlingen afgelopen week ook gedaan. Ik had afgesproken dat we verkleed voor de webcam zouden gaan zitten. Dat snappen ze dan niet, maar ze kwamen wel echt verkleed. Dat was dan wel weer leuk. Ik heb de groen-oranje liefde ook wel een beetje naar het Noorden overgebracht. Ik hoop maar dat we volgend jaar echt helemaal (dus niet alleen digitaal) los kunnen gaan!

Anderen lazen ook:

In de groen-oranje spotlight: Remco Smulders
Logo Kruikenstad
Het motto van Carnaval in Kruikenstad 2022 is…