Pòttekèèker Joost van der Werf over D’n Inkèèk: Déés is Karneval!

Gepubliceerd op donderdag 17 januari 2019

Pòttekèèker Joost van der Werf over D’n Inkèèk: Déés is Karneval!
Redactieraad (van links naar rechts: Jan Smulders, Frans Jan Bertens, Joost van der Werf, Patrick Stalpers, Thijs van der Bruggen).


Op een koude en regenachtige dag in december bellen we aan bij het huis van Pòttekèèker Joost van der Werf. We worden hartelijk ontvangen met een kopje thee om warm te worden. Geheel passend wordt het theezakje geserveerd op een groen-oranje schaaltje. Het gevoel dat we thuis zijn bij “unne echte kruik” lijkt bevestigd, maar als we het gesprek starten blijkt niets minder waar. “Als je mij ooit in een boerenkiel ziet, dan mogen jullie me onder mijn ballen trappen!”, zei Joost een aantal jaar geleden nog tegen zijn vrienden. Vorig jaar kwam het er toch van: Joost dompelde zich als Pòttekèèker (inclusief kiel!) onder in de Carnavalsstichting Tilburg. Een jaar later heeft de documentairemaker een goed beeld gekregen van wie die ‘blauwe kielen’ zijn, wat ze verstaan onder carnaval vieren én hoe leuk dat kan zijn.

Joost van der Werf (40) woont tot zijn tweede in Tilburg, maar verhuist daarna met het gezin naar Goirle. De kleine Joost krijgt daar het carnaval vieren met de paplepel ingegoten van zijn vader. Na zijn studie keert Joost terug naar Kruikenstad, waar hij inmiddels woont met vriendin Elke en zoon Willem. Kruiken en Kruikinnen kunnen de Pòttekèèker kennen van Familie BertenZ, de carnavalsvereniging die hij met z’n vrienden oprichtte. Voor wie hem nog niet kent, vragen we hem wat typerend Joost van der Werf is: “Gewoon normaal doen, en ik ben niet van de regeltjes. Ben toch wel graag los van de kudde”. En carnaval voor Joost? “Vooral ongedwongen bier drinken. Vroeger bij het Bruin Café, tegenwoordig bij Café Bakker”.

In 2017 wordt Joost aangesteld als Pòttekèèker van Kruikenstad, en wordt hem gevraagd op zoek te gaan naar de wereld die ‘Karneval in Kruikenstad’ heet. Wie zijn die Kruiken en Kruikinnen? Hoe beleven zij carnaval, wat zijn hun tradities en gewoontes en verschillen die van elkaar? Het resultaat van zijn zoektocht wordt op zaterdag 19 en zondag 20 januari gepresenteerd in de concertzaal van Theaters Tilburg, waar D’n Inkèèk: Déés is Karneval in Kruikenstad in première gaat. Op 22 januari is er tevens een voorstelling in Cinecitta.

Hoe zijn de verhaallijnen tot stand gekomen?
Vanzelfsprekend stonden de thema’s verbinden, verbreden en verdiepen centraal. Maar als documentairemaker heb je meer nodig dan enkel thema’s. De vraag “Wat willen we nou daadwerkelijk laten zien?” kwam centraal te staan. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is er een redactieraad samengesteld bestaande uit leden van de CST en kon het brainstormen beginnen. Vanuit de brainstorm hebben we categorieën benoemd en hieruit zijn vervolgens de huidige verhaallijnen ontstaan. We hebben natuurlijk geprobeerd diversiteit aan te brengen en een goed, objectief en breed beeld van Karneval in Kruikenstad neer te zetten.

Hoe zijn jullie vervolgens daadwerkelijk aan de slag gaan?
Van tevoren heb ik met iedereen minimaal twee tot drie keer afgesproken. Dit om ze te leren kennen, om te kijken wat voor mensen het zijn. Daarna hebben we tot op de minuut uitgeschreven wanneer we wat gingen filmen en bijwonen, dit was een strakke planning. We hebben ons er niet altijd aan gehouden, je moet er natuurlijk wel een beetje flexibel mee omgaan. We hebben ook wel eens last minute besloten ergens naar toe te gaan omdat het ons op dat moment erg van belang leek. We waren met twee filmteams. We maakten lange dagen, we lagen meestal rond een uur of drie ’s nachts in bed en dan ‘s ochtends om acht uur stonden er alweer Kruiken en Kruikinnen te zingen voor de optocht.

Op welk moment voelde je je op je opperbest Pòttekèèker?
Dat is eigenlijk toch wel toen we een keer ’s avonds met de Prins en met de Raad van Elf hebben gegeten. En ja, dat gebeurt normaal niet. We kwamen eigenlijk om te filmen maar door omstandigheden ging dat toen toch niet door die avond. Zowel de Raad als de Prins zeiden toen: ‘”Eet gezellig mee”. Dan kom je wel op een plek waar je normaliter niet zou komen.

Heb je met D’n Inkèèk kunnen laten zien wat je van tevoren voor ogen had?
Voor 80% is er uitgekomen wat we bedacht hebben, dus in die zin ja. Je beslist op een gegeven moment wat en wanneer je gaat filmen, maar wat er op die momenten daadwerkelijk gebeurt blijft altijd onzeker. Er zijn momenten dat je denkt “yes, dit is top beeldmateriaal” maar er zijn ook gênante momenten voorbij gekomen..

Zijn er scènes bewust niet getoond in D’n Inkèèk?
Nee. Al hebben we wel van tevoren alles besproken met de personen die voorkomen in de documentaire. Ik zat bijvoorbeeld in de WhatsApp groep van de dames van CV Flòdderiedòskus zodat ik op de hoogte was van waar ze carnaval aan het vieren waren. Daarbij hebben we wel een lichte screening toegepast. Iedereen zal dat soort situaties herkennen, alleen als het dan zwart op wit staat dan is het wel iets anders. Als regisseur heb je de verantwoordelijkheid om daar goed mee om te gaan en ik vind het belangrijk om naderhand met iedereen nog goed door één deur te kunnen, dus alles gaat in overleg.

Wat typeert een Joost van der Werf-productie?
Human Interest. Ik vind het leuk om nieuwe werelden te ontdekken en die te kunnen laten zien aan anderen. Gedeeltelijk op de achtergrond maar ook ben ik op de een of andere manier toch ook wel altijd een onderdeel ervan. Ik wil het wel altijd voelen, dus ik sta er wel middenin. Ik heb vorig jaar 10 bier gedronken met carnaval maar misschien wel de leukste carnaval ooit gehad. De mens staat altijd centraal in mijn werk:hoe doet een mens, waarom doet een mens? Dat vind ik fascinerend, daar kan ik van genieten.

Heb je ambities voor de komende jaren?
Voor mij is geen enkele documentaire tot nu toe perfect geweest, dus daar kan ik nog in groeien. En uiteindelijk is de ambitie wel om landelijke documentaires te mogen maken. Het Nederlands Filmfestival, een Gouden Kalf of IDFA staan natuurlijk ook op mijn verlanglijstje. Om daar misschien ooit te kunnen staan, moet je je blijven ontwikkelen. Ik zet nog steeds stapjes.

Hoe omschrijf jij carnaval?
Het is even ontsnappen aan de dagelijkse sleur, drie dagen weer even kind zijn. Slechte humor, slechte grappen, flauw, zonder zorgen over wat je zegt en hoe je eruitziet. Gewoon go with the flow en even niks. Je hebt dat carnavalsgevoel of je hebt het niet.

Waarom moet men D’n Inkèèk gaan kijken volgens jou?
Omdat het herkenbaar is. Je ziet dingen, je herkent dingen en dat maakt je trots. In Tilburg hebben we veel moeite om trots te zijn op wat we doen, dat gaat nu wel al duizendmaal beter dan wat het was. Ben gewoon trots en ben blij met wat je doet!

Zijn er nog zaken die je wil meegeven?
Dat ik het heel leuk vond en echt vereerd ben dat ik dit heb mogen maken. Dat het voor mij een eyeopener was hoeveel mensen met zoveel overtuiging zich vrijwillig inzetten voor carnaval. Daarnaast moeten we gewoon met z’n allen trots op deze stad zijn. We hoeven het niet van de daken te schreeuwen, dat past ook niet bij ons als Tilburgers, maar we mogen wel gewoon trots zijn. Ik hoop dat mensen met een positief gevoel kijken en achteraf dan denken ‘dat was écht leuk!

Ten slotte, na alle vragen worden we uitgenodigd om een klein stukje van D’n Inkèèk zien. Dit voorproefje belooft veel goeds en wij zijn blij dat we aankomend weekend kunnen genieten van de volledige 77 minuten. Kun je na het lezen van dit interview ook niet wachten om D’n Inkèèk te zien?

Er zijn nog een paar kaartjes beschikbaar voor de matineevoorstelling van D’n Inkèèk: Déés is Karneval in Kruikenstad op zondag 20 januari 2019 in de concertzaal van Theaters Tilburg.
Op 22 januari is D’n Inkèèk: Déés is Karneval in Kruikenstad ook te zien bij Cinecitta Tilburg. Koop je kaartje nu online of aan de kassa. Bij grote belangstelling breidt Cinecitta het aantal voorstellingen uit!

Anderen lazen ook: