Prins Knet d’n Irste en Adjudant Paul kijken uit naar carnaval

Gepubliceerd op Saturday 19 November 2022 19 November 2022

Op Elf-elf werd op een bomvolle Heuvel de nieuwe Prins van Kruikenstad gepresenteerd. Prins Knet d’n Irste (Kenneth Verhoeven) en Adjudant Paul (Paul van de Hurk) zijn na twee jaar weer terug en dat was absoluut geen zekerheid. We spraken voor Elf-elf met de Prins en Adjudant over hossen en stilstaan en over traditie versus vernieuwing. 

In het gezellige huis van de nieuwe Prins van Kruikenstad worden we ontvangen met een borrel Schrobbelèr en een goed getapt pilsje. “Uit de kroeg in de tuin, want ik hou van gezelligheid”, zegt de prins lachend. Met een grote glimlach zitten Prins Knet en Adjudant Paul aan de tafel waar een groen-oranje sjaal over gedrapeerd ligt. Ze hebben duidelijk zin in carnaval!

Een verrassing

“Persoonlijk voelde het als een grote verrassing. Ik had het niet verwacht. Na het plotse overlijden van mijn vrouw Birgit, stond de wereld stil”, vertelt Knet over zijn aanstelling als Prins. “Toen de vraag toch kwam vanuit de Prinsecommissie heb ik er nog geen 11 milliseconde over getwijfeld. Ik denk dat Birgit mij dit gegund had. Ik zal veel en altijd aan haar denken, ook tijdens carnaval, zoals iedereen met verdriet dat zal doen wanneer hij of zij een dierbare verliest. Maar ik wil dit niet de boventoon laten voeren. Het gaat immers om de carnavalsvierders en niet om mij”. Adjudant Paul vult aan: “Het heeft een plekje in onze harten. We benoemen het en gaan, hoe moeilijk ook, weer verder”.

D’n Opstoet

Het meemaken van een optocht als Prins en Adjudant van Kruikenstad staat nog op het verlanglijstje. In hun eerste jaar als Prins en Adjudant (nog voor corona) ging d’n Opstoet niet door in verband met extreme weersomstandigheden (code oranje). “Hier kijken we echt naar uit! Dit is misschien wel het mooiste moment van carnaval in Kruikenstad” zegt Knet. “Een evenement voor jong en oud, met alleen maar lachende gezichten” aldus Paul. “Het is ook familiair en een moment dat je elkaar weer spontaan ontmoet op straat. Als de wagen gaat rijden, zou ik het leuk vinden dat onze kinderen er even een paar honderd meter op staan”. De heren kunnen niet wachten blijkt uit de lach op hun gezicht.

Uitkijken naar mooie momenten

Als het dan zo’n mooi feest is, vragen we Prins en Adjudant naar het moment waar ze het meest naar uitkijken. Paul trapt af: “Het moment dat we uit de trein stappen op zaterdag! Die enorme menigte enthousiast zien staan en beseffen dat wij de kar mogen trekken voor al deze Kruiken en Kruikinnen. Dat uitzinnige enthousiasme. Dan voel je echt dat carnaval leeft in Kruikenstad. En dan gaan we los! Springen, dansen, gaan en genieten. Dat moment dat je als Prins en Adjudant de trein uit stapt, vergeet je nooit meer.”

Knet denkt even na: “Er zijn zo veel mooie momenten, maar ik ga je verrassen met een onverwacht antwoord: de Kruikenviering. Ik hecht ook waarde aan bezinning. Dat is altijd al zo bij mij vreemd genoeg, pieken en rust. Toen ik Prins was, mocht ik iets voordragen op de Kruikenviering. En daar werd ik toch wel een beetje emotioneel van, dat mystieke doet iets met me. Ik vind dat mooi, dat moment van rust in alle drukte. Even stilstaan bij wat we aan het doen zijn. En daar heeft de documentaire ‘Déés is Karneval in Kruikenstad’ ook aan bijgedragen. Je ziet daar Ger, van de Heladiho’s, op haar manier doorgaan met carnaval vieren. Dat gevoel van toch door blijven gaan. Kracht halen uit viering! Dat vind ik mooi.”. Maar dat deze twee evenementen nu genoemd worden, is een momentopname. Dit duo gaat van alles genieten. Van d’n Opstoet, de bezoeken aan de verenigingen, het kindercarnaval en de bezoeken aan de bouwhal.

Samen groen-oranje

Het laatste woord is aan de Prins van Kruikenstad: “Want weet je wat het leuke aan carnaval is? Het is die geheime afspraak die we met miljoenen mensen hebben dat we die dagen samen gaan genieten. Die dagen zijn voor ons! Het feest van al die vrienden en vriendinnen die je jaarlijks tegenkomt. De jaarlijkse tradities en de nieuwe mensen die je leert kennen. Iedereen geniet op zijn of haar eigen manier. En dat zie je nergens zo goed terug als tijdens carnaval in Kruikenstad. Carnaval leeft, groeit en ontwikkelt. Ik vind het mooi dat we in dit tijdsgewricht Prins en Adjudant zijn.

Carnaval verandert en is anders dan toen ik in 2001 in de Lijfwacht kwam. Er komen steeds meer kleine verenigingen en vriendenclubjes bij die de boel opschudden. En de Carnavalsstichting speelt daar enorm goed op in door de stad neer te zetten als een merk. Samen groen-oranje is een waanzinnige slogan, want het is ook echt ‘samen groen-oranje’. Iedere op zijn eigen manier. Vroeger had alleen de incrowd een sjaal. Moet je nou eens kijken tijdens Kruikenstad in Koor of Elf-elf. Iedereen is groen-oranje. Daarmee verandert carnaval en dat is soms jammer, want het wordt bijvoorbeeld steeds moeilijker om bouwers te vinden voor de wagens tijdens d’n Opstoet. En de oude verenigingen worden kleiner, of gaan ter ziele. Dat is jammer, want ik hou van die mensen en ik hou van de bouwhal. Maar het vernieuwt ook. Het zorgt ervoor dat we dit feest over 100 jaar nog vieren in Kruikenstad. En dat besef maakt je ook nederig. Het gaat namelijk niet om ons. Wij mogen alleen voorgaan in deze folklore en de traditie voortzetten. Wij mogen de Kruiken en Kruikinnen dienen door zo goed mogelijk voor te gaan in dit feest. Aan ons zal het niet liggen! Vier het leven, we gaan genieten!”

 

Anderen lazen ook:

Inschrijving voor Zumme Zinge?! geopend!
Prins Knet d’n Irste is voor de tweede keer Prins van Kruikenstad