Ton Gimbrère: “Ik laat mijn handen liever wapperen dan dat ik ze vol heb met glazen bier”

Gepubliceerd op Wednesday 23 November 2016 23 November 2016

Wie hem niet kent als directeur van de Bonheur Horeca Groep, leest wellicht zijn luchtig-kritische blogs of hoorde eerder zijn naam omdat hij dit jaar is toegetreden tot het bestuur. En trouwe leden van de Carnavalsstichting, weten ongetwijfeld dat Ton Gimbrère allesbehalve een nieuw gezicht is. Dit seizoen begint hij als algemeen bestuurslid aan een hernieuwde uitdaging.

Dat Ton het carnavalsfeest zo zou omhelzen, stond niet van kinds af aan vast. “Oh nee, carnaval, ik vond het helemaal niets. Ik kan me herinneren dat ik vaak als Chinees verkleed was. Dan moest er schmink aan te pas komen en daar stond ik op z’n zachtst gezegd niet om te springen. Mijn liefde voor carnaval ontstond vrij laat, toen ik in mijn studententijd bij de Philharmonie werkte. Het was toen de thuisbasis van de Philistijnen en de Teo’s. In 1982 werd ik door vrienden gevraagd om lijfwacht te worden. Die uitnodiging nam ik aan. Wat toen gebeurde, had ik niet zien aankomen. De stad werd bijna letterlijk voor me geopend. Ik kwam op plekken die ik niet kende, ik ontmoette allerlei soorten mensen en maakte kennis met de gebruiken en tradities van het carnaval. Ik zag hoe verbindend het feest werkte, hoeveel vrijwilligers er toegewijd mee bezig waren. En toen was ik verkocht. Nog altijd ben ik niet de persoon die in de polonaise vooroploopt. Ik laat mijn handen liever wapperen dan dat ik ze vol heb met glazen bier.”

Toen en nu
image-3642497
Tons carrière in de Carnavalsstichting denderde voort. Van 1987 tot 1989 zat hij in de Raad van Elf, waarvan de laatste twee jaar als voorzitter. Daarna trad hij toe tot het bestuur als vice-voorzitter onder Wim van den Aker. Dat deed hij tot 1992. En nu is hij dus terug van weggeweest op een vertrouwde plek. “Hoewel we dus 25 jaar verder zijn en er heel veel is veranderd, is het ook mooi om te zien dat veel hetzelfde gebleven. Carnaval is natuurlijk moderner geworden, meer van deze tijd. De blaasmuziek maakt plaats voor DJ’s. Iets wat ik wel jammer vind, overigens. Maar iconen als de Kruikenviering en het Kaaibaandenfestival zijn er nog altijd. Ik weet nog dat we ons destijds behoorlijk zorgen maakten over de levensvatbaarheid van carnaval. Zaten jongeren nog wel op zo’n traditioneel feest te wachten, als ze elk weekend uit kunnen gaan? Inmiddels hopt iedereen van festival naar festival, maar carnaval is onder de jongere doelgroepen populairder dan ooit. Ik vind het geweldig dat de jeugd het feest zo omarmt. Al zie ik ook dat de worsteling van de stichting op dat vlak niet veranderd is. Nog steeds is het heel moeilijk om de jongere jeugd zo tot 18 jaar aan je te binden, ze zijn ongrijpbaar en trekken hun eigen plan.”
“Iets wat ook heel kenmerkend is voor het carnaval van tegenwoordig, is het gevoel van een reünie. Die vijf dagen van het jaar komen alle Kruiken die over het land zijn uitgewaaierd, terug naar de stad. Ze zien oude school- en buurtgenoten, gaan met hele vriendengroepen op pad. Dat kameraadschap, die laagdrempeligheid en het ongedwongen feesten, daar krijgen dus heel veel mensen een warm gevoel van. Ik ook!”

Groot compliment
In de Stichting voelt Ton zich net zo thuis als 25 jaar geleden. “De sfeer is hetzelfde, maar er heeft absoluut een professionaliseringsslag plaatsgevonden. Er is een meer gemêleerde opbouw van commissies en de cultuur is opener. Groot compliment aan alle besturen die erin geslaagd zijn om een club voort te zetten die vandaag de dag zo solide en financieel gezond is. Ik kijk ernaar uit om ook daar weer mijn steentje aan bij te dragen. Ik ga mijn kennis en kunde inzetten waar ik kan. Natuurlijk op het gebied van evenementenorganisatie. Maar ik hoop ook mijn brede netwerk in te kunnen zetten en bij te dragen aan het leggen van verbindingen tussen commissies. Want je kunt nooit té goed samenwerken.”

Anderen lazen ook:

Kwosse Begosse: het stadsembleem
Carnavalsstichting Tilburg heeft een nieuw bestuur